Subsidiëring Ontwikkeling e-cultuur per 1 januari 2012


Het Mediafonds subsidieert de ontwikkeling en productie van aanbod voor nieuwe mediatoepassingen van hoogwaardig artistiek gehalte die overwegend van Nederlandse origine zijn. Bij e-cultuur ontwikkeling wordt het hoogwaardige artistieke gehalte in ieder geval getoetst aan:

a. De kwaliteit van de inhoud. Er is een duidelijke omschrijving van de beoogde inhoud en het selectie- en/of creatieproces van de content.
b. De kwaliteit van de vormgeving op basis van een eerste versie van de visualisatie van het concept.
c. De creativiteit, de interactiviteit en de navigeerbaarheid van het project. Hierbij gaat het er bijvoorbeeld om hoe de opzet en het design van het project een bijzondere inhoud uitlokt.
d. Participatie: De aanvraag getuigt van kennis en inzicht in het verwachte publieksbereik en de publieksparticipatie.

Daarnaast wordt de aanvraag getoetst aan de algemene criteria van het Mediafonds die staan beschreven op http://www.mediafonds.nl/print/531/criteria

E-cultuur verwijst naar de steeds veranderende relatie tussen de informatie- en communicatietechnologieën en de productie en consumptie van cultuur en de kunsten. Onder e-cultuur wordt door het Mediafonds verstaan: 'content' ontwikkeld of gemaakt voor interactieve toepassingen, aan te bieden via internet en/of andere digitale netwerken, al dan niet in combinatie met een radio- of televisieprogramma. Aanvragen voor ontwikkelingssubsidie kunnen zowel door een publieke omroep (landelijk of regionaal) als derden worden ingediend. Een ontwikkelingsaanvraag e-cultuur door derden moet vergezeld gaan van een intentieverklaring van een publieke omroep. Het fonds subsidieert maximaal 90 % van de ontwikkelingskosten maar nooit meer dan € 50.000,- per project. Dit alles voor zover het e-cultuur-budget in het begrotingsjaar strekt. Voor productiesubsidie kunnen alleen publieke omroepen een aanvraag indienen. Definitieve vaststelling van een verstrekte subsidie vindt plaats aan de hand van een inhoudelijk verslag en een financiële afrekening.

 

De aanvraag

De aanvraag moet worden ingediend middels het daarvoor bestemde aanvraagformulier Ontwikkelingssubsidie e-cultuur. In het voorstel moeten in ieder geval de volgende onderdelen worden behandeld:

1. Een beschrijving van het uiteindelijk beoogde project, waarbij vermeld wordt wat het doel is, wat de doelgroep is, welk eindproduct de makers concreet voor ogen staat en welke stappen in de ontwikkeling genomen worden.De aanvraag moet duidelijk maken dat het project is bestemd voor het publiek in Nederland en dat ten minste 65% van de content in het Nederlands of Fries te lezen/horen is.

2. Planning en eindproducten Duidelijk overzicht van de inhoudelijke en technische eindproducten van het project met de daarbij behorende planning en taakverdeling. De uitvoering van een ontwikkelingssubsidie duurt niet langer dan 14 maanden. Halverwege het project wordt op verzoek van het fonds een tussenrapportage verstrekt. De planning benoemt drie kritische succes- en faalfactoren.

3. Een toelichting van de makers met betrekking tot hun visie op het project. Hierbij leggen de makers bijvoorbeeld uit waarom voor het onderwerp, de vormgeving en de wijze van interactie is gekozen. Tevens lichten de makers toe hoe zij het project na afronding van de ontwikkelingsfase in productie willen nemen. Tenslotte beschrijven de maker(s) hoe auteursrechtelijk wordt omgegaan met de geproduceerde (open) content en (open source) software.

4. Een overzicht van partners waarmee wordt samengewerkt en welke inbreng deze in het project zullen hebben.

5. Research: Een overzicht van websites, boeken en artikelen op basis waarvan de makers kennis over het onderwerp hebben opgedaan, met een korte beschrijving van de manier waarop het onderwerp van het te ontwikkelen project behandeld zal worden in relatie tot die informatie.

6. Vergelijking: Een overzicht van vergelijkbare projecten van anderen die in het verleden over het onderwerp zijn gemaakt met een korte beschrijving van de wijze waarop het nieuwe project daarvan zal afwijken, dan wel daarop een aanvulling zal zijn.

7. Een recent CV van de voorgestelde maker(s), regisseur(s), ontwerper(s), programmeur(s) en de redactie in de ontwikkelings- en productiefase, waarin in ieder geval worden vermeld titels en data van eerder uitgevoerde (media)projecten (evt. URLs) en eventuele bekroningen met data en de naam van de instantie.

8.Eerder werk: Eén of meer URL’s naar eerder geproduceerde nieuwe mediaprojecten door de maker(s) met een toelichting in hoeverre deze projecten representatief zijn voor het te ontwikkelen project waarvoor subsidie wordt gevraagd.

9. Een begroting van de verwachte ontwikkelingskosten voor het ingediende plan vergezeld van een financieringsplan voor het volledige begrotingsbedrag waarbij vermeld wordt welke partijen voor welk bedrag aan het project bijdragen. Overhead en directe niet direct toerekenbare projectkosten zijn niet subsidiabel. Dat geldt ook voor algemene of bijzondere kosten van productionele, dramaturgische en/of redactionele begeleiding door personen die behoren tot het eigen personeel van de aanvragende publieke omroep. Indien de omroep, een externe producent en/of de regisseur en/of door hen ingehuurde medewerkers gebruik maken van eigen apparatuur dienen de specificaties daarvan (merk en typenummer) te worden vermeld. Het fonds vergoedt de kosten van de externe producent en/of de regisseur en/of ingehuurde medewerkers (bijvoorbeeld voor conceptontwikkeling, ontwerp, programmering, content productie etc.) zolang die tegen een redelijke vergoeding uitgevoerd worden.

Daarnaast dient er in de toelichting op de begroting een globaal beeld gegeven te worden van de totale kosten van het project indien het na de ontwikkelfase in productie komt. Uit de toelichting op de begroting moet tevens blijken dat het project in overwegende mate van Nederlandse origine is. Dit valt af te leiden van de elementen en personen die de kwaliteit van het project bepalen, zoals het onderwerp, de scenarist, de websitedesigner en/of de regisseur. In ieder geval moet het gaan om een project dat hoofdzakelijk is gemaakt met auteurs en medewerkers die in Nederland verblijven en productiebedrijven die in Nederland gevestigd zijn.

10. Indien de aanvrager geen publieke omroep is, dient een recent uittreksel van de inschrijving Kamer van Koophandel van de aanvrager bijgevoegd te worden. Tevens dient er dan een intentieverklaring van een publieke regionale of landelijke omroep te zijn. Deze verklaring dient minimaal duidelijk te maken dat de omroep op basis van de uitkomsten van de ontwikkelfase overweegt het project in productie te nemen en daarvoor een productieaanvraag bij het Mediafonds in te dienen.

 

Indiening

Het volledig ingevulde aanvraagformulier en het voorstel met de hierboven genoemde onderdelen dient op de desbetreffende inzenddatum vóór 17.00 uur, op het e-mailadres e-cultuur@mediafonds.nl ingediend te worden. Daarnaast dient binnen vijf werkdagen een afschrift van het ingevulde formulier voorzien van een originele handtekening opgestuurd te worden naar het Mediafonds, Herengracht 609, 1017 CE Amsterdam. Het fonds kan aanvraagformulieren die onvolledig zijn ingevuld en waarbij onderdelen van de hierboven genoemde punten ontbreken of te laat zijn ingediend niet in behandeling nemen. Na ontvangst van de volledige aanvraag stuurt het fonds binnen vijf werkdagen per e-mail een ontvangstbevestiging voorzien van een administratienummer.

Op alle correspondentie en nota's betreffende het project dient de projecttitel en het administratienummer te worden vermeld.

Voor verdere vragen kan contact worden opgenomen met Syb Groeneveld van het Mediafonds via syb.groeneveld@mediafonds.nl  tel.+31 20 623 3901.

download Formulier Aanvraag E-cultuur Ontwikkeling