Verslag opening Hollandse Meesters 18 mei
Na twee uur in de file te hebben gestaan – de fileproblematiek is door het huidige kabinet nog altijd niet opgelost, zo constateerde ook de staatssecretaris zelf - arriveerde Halbe Zijlstra op de openingsbijeenkomst van het project Hollandse Meesters in de 21e eeuw in de Rotterdamse Kunsthal. Hollandse Meesters in de 21e eeuw is een serie portretten van toonaangevende hedendaagse beeldende kunstenaars, die worden gevolgd in hun ateliers.
Charlotte Schleiffert, Sonia Herman Dolz en een mobiele bioscoop van Rob Vrijen. Foto: Marco de Swart
Hans Maarten van den Brink en Lex ter Braak, directeuren van respectievelijk het Mediafonds en Fonds BKVB, heetten de staatssecretaris welkom. Van den Brink benadrukte dat het in de discussies over bezuinigingen in de cultuursector te weinig over de kunst en de kunstenaars gaat. Daarnaast stelde hij dat het van belang is niet te veel vanuit de afzonderlijke kunstdisciplines te redeneren. De hedendaagse kunstenaar trekt zich van de scheidslijnen tussen verschillende disciplines niets meer aan. Nadat Lex ter Braak de staatssecretaris en zijn ministerie een van de mobiele bioscopen aanbood waarin de verschillende kunstenaarsportretten te zien zijn, verrichtte Zijlstra de openingshandeling. Het publiek kreeg vervolgens het kunstenaarsportret van de 79-jarige kunstenaar Herman de Vries te zien, gemaakt door filmmaker Barbara Makkinga.
Ruim voordat de staatssecretaris arriveerde lieten filmmaker Peter Delpeut, kunstcriticus Hans den Hartog Jager en directeur van Museum De Paviljoens Macha Roesink hun licht schijnen op de gerealiseerde 19 portretten. Peter Delpeut stelde dat de kunstenaar zich niet zomaar blootgeeft in zijn atelier. Aan het uiteindelijke filmportret gaat een strijd tussen kunstenaar en filmmaker vooraf. Wint de kunstenaar deze strijd dan ziet de kijker niets meer dan het pronkatelier, wint de filmmaker dan krijgt de kijker het echte atelier te zien. Ook een gelijkspel kan overigens een interessant portret opleveren, zo stelt Delpeut, denk maar aan de beroemde film van Jan Vrijman over Karel Appel. Hans den Hartog Jager ziet de totstandkoming van een kunstenaarsportret niet als een strijd waarbij uiteindelijk een winnaar of verliezer uit de bus komt, maar eerder als een confrontatie waarin beide kunstenaars elkaar tot grote hoogtes moeten opstuwen. In de ogen van Macha Roesink is de filmmaker vooral dienstbaar aan de kunstenaar. De sprekers vonden veel van de portretten geslaagd, maar er werden ook kritische noten gekraakt. Zo was in slechts een enkel portret het zogeheten “beslissingsmoment” zichtbaar, waarin de essentie van het kunstenaarschap zichtbaar wordt. Ook werd er gewaarschuwd voor een al te romantische notie van het begrip “atelier”. De kunstenaar werkt al lang niet meer alleen in het atelier, maar verhoudt zich juist in de eerste plaats tot de wereld daarbuiten. Het atelier is niet meer noodzakelijk de plek waar het gebeurt.
Het wachten op de staatssecretaris, die in de file stond tussen Den Haag en Rotterdam, gaf de mogelijkheid een aantal van de gerealiseerde portretten op het grote scherm te vertonen. En zo zag het publiek Charlotte Schleiffert, Erik van Lieshout en Hans Aarsman aan het werk in hun ateliers. Al moet het begrip atelier hier ruim worden opgevat.
Mediafonds, Auke Kranenborg