Op woensdagmiddag 4 juli werd in WORM Rotterdam een evaluatiebijeenkomst van het TAX-videoclipfonds georganiseerd door het Mediafonds en het Stimuleringsfonds voor Architectuur. Videoclipregisseurs, producenten, beleidsmakers en critici kwamen bijeen om hun licht te werpen op de functie van deze regeling in het veranderende medialandschap en in de muziekindustrie.
Aan de hand van stellingen, vertoningen van clips, interviews met makers en bijdragen van kenners kwamen uiteenlopende visies op het videoclipfonds aan de orde. Dit alles onder leiding van moderator Dagan Cohen (Upload Cinema).
Het TAX-videoclipfonds beoogt de kwaliteit van Nederlandse videoclips een impuls te geven en samenwerkingsverbanden tussen beeldmakers en (pop)artiesten te stimuleren. De regeling kwam in 2006 tot stand op initiatief van het Mediafonds en het Fonds BKVB. Per 1 januari 2012 heeft het Fonds BKVB het videoclipfonds overgedragen aan het Stimuleringsfonds voor Architectuur, dat de regeling sindsdien samen met het Mediafonds uitvoert. Inmiddels zijn het medialandschap en de muziekwereld veranderd. De teloorgang van de muziektelevisie en de succesvolle opkomst van YouTube als nieuw podium voor de videoclip hebben ingrijpende gevolgen gehad. Het publiek is en masse videoclips gaan consumeren via sociale media. Moeten doelstellingen en criteria van het TAX-videoclipfonds bijgesteld worden?
De middag begon met een eerbetoon aan de naamgever van het videoclipfonds, Wally Tax. Na de vertoning van zijn clip Miss Wonderful en een inleiding van Mediafondsdirecteur Hans Maarten van den Brink begon de evaluatie.
“Muziektelevisie is dood maar de videoclip is springlevend”. Met deze stelling werd de discussie geopend over de positie van de hedendaagse muziekvideo binnen een veranderende context. Andere stellingen: “Een videoclip waarin de muziek niet leidend is, is gewoon een korte film.”, “Een goede videoclip kan een nummer maken, maar muzikanten zijn conservatief!”, en “Het publiek kan meer experimenten aan dan de commercie denkt!”. Kenners van videoclips discussieerden over deze stellingen in relatie tot het videoclipfonds. Onder hen o.a. Paul Rutten (hoogleraar creatieve industrie), David Kleijwegt (popjournalist), Willem van Zeeland (3voor12) en de commissieleden van het TAX-videoclipfonds: Wilbert Mutsaers (3FM/radio 6), Arjon Dunnewind (Impakt, organisatie voor Nieuwe Media) en Rogier van der Ploeg (czar.nl). Ook werden door het TAX-fonds gesubsidieerde clips van Roel Wouters, Victor Vroegindeweij en Henk Loorbach vertoond en door de makers toegelicht.
still: For Better or For Worse - Tika / regie: Victor Vroegindeweij
Uit de bijeenkomst blijkt dat het TAX-videoclipfonds nog steeds belangrijk is voor de vergroting van de naamsbekendheid van artiesten. Maar ook regisseurs geven aan baat te hebben bij een subsidie van het TAX-fonds; zij zien het als een stimulans voor hun carrière. Ook bij nieuwe formats van hedendaagse videoclips werd stilgestaan. “In het veranderende landschap moet verbreding en vernieuwing van het genre van de muziekvideo niet geschuwd worden”, stelde Paul Rutten. Zijn er grenzen aan de verbreding van dit genre? Een interessante casus voor deze discussie vormde de videoclip For better or for worse (muziek: Tika) van Victor Vroegindeweij. Deze clip bevindt zich op het grensvlak van documentaire en muziekvideo.
Binnen de hedendaagse videoclipwereld lijkt vernieuwing zich voor een groot deel af te spelen op het gebied van interactieve clips. Het interactieve karakter is een geschikt middel om het publiek bij de clip te betrekken, zo blijkt uit Roel Wouters’ clip One Frame of Fame (muziek: C-mon & Kypski). Online kijkers worden uitgenodigd om een beeld van zichzelf in te sturen, dat vervolgens wordt opgenomen in de clip.
Het slotwoord - met een vooruitblik op de toekomst - was aan Janny Rodermond, directeur Stimuleringsfonds voor Architectuur.
Verslag: Jutta Grabowski, Mediafonds