Go to page content

Onder grote belangstelling werden op donderdagavond 6 oktober tijdens het evenement Load It! in het Stedelijk Museum Amsterdam drie door het Gamefonds gesubsidieerde games gepresenteerd: Sollmann (Part 1: The Harbour) van Marcel van Eeden en Jorrit de Vries, FLX van Han Hoogerbrugge en Sander van der Vegte, en Styleclash – The Painting Machine Construction Kit van Jochem van der Spek.

FLX performance 1

FLX performance presentatie (foto's: Rob IJpelaar)

De games zijn ontwikkeld binnen het kader van het project A Split Second, een initiatief van het Stedelijk Museum en Submarine Channel. Het doel hiervan was om game-ontwikkelaars en kunstenaars samen concepten voor artistieke games te laten bedenken en uitwerken.

Het project ging van start in 2008, toen het Stedelijk Museum en Submarine Channel de DING!-Prijs ontvingen van het Mediafonds, Fonds BKVB en het Virtueel Platform voor het plan voor “A Split Second". DING! is een eenmalige prijs ter bevordering van de artistieke game. De aanzienlijke hoeveelheid inzendingen van hoogwaardige kwaliteit voor de DING!-Prijs vormde voor het Fonds BKVB en het Mediafonds de aanleiding om per 1 november 2008 gezamenlijk een nieuwe subsidieregeling voor artistieke games in het leven te roepen: het Gamefonds.

Na een introductie van Bart Rutten, als conservator werkzaam bij  het Stedelijk Museum, vond er een paneldiscussie plaats. In het panel zaten naast Bart Rutten Matthias Fuchs, ‘gamepionier’, conservator en senior docent aan de universiteit van Salford,  Isabelle Arvers, freelance curator, gespecialiseerd in kunst en videogames, en Bruno Felix, directeur van Submarine Channel. Zij wierpen hun licht op de positie en presentatiemogelijkheden van games binnen een museale context.

Vervolgens werden de games gepresenteerd. Het spits werd afgebeten met een demonstratie van de game FLX, die wordt gespeeld via een Kinect. Hierin staan vier opmerkelijke karakters centraal: Karl Lagerfeld, twee konijnen en een baby. De vier karakters zijn met elkaar verbonden door middel van een elastiek en moeten gezamenlijk door een surrealistisch landschap van onder andere kaartenhuizen en Eurotekens navigeren. Daarna kreeg het publiek de gelegenheid om zelf de games te spelen in de museumzalen. Het Stedelijk werd daardoor voor even getransformeerd tot gamehal.