Go to page content

Seminar Artcasting – een korte terugblik

Artcasting overview

Foto: Edwin Deen
Meer foto's

“Wie zijn toch al die mensen?” vroeg Jane Burton van Tate Media aan dagvoorzitter Hans Maarten van den Brink toen ze in de rijk gevulde zaal van het Trouwgebouw keek. Een korte poll wees uit dat er representanten uit de museale sector, curatoren, mediaproducenten, filmmakers, beeldend kunstenaars en omroepen aanwezig waren tijdens het seminar Artcasting – The Art Museum as Producer of the Moving Image. De aanleiding voor het seminar was gelegen in de toenemende belangstelling van musea om ook zelf media te produceren. Vertegenwoordigers van vier musea deden hun visies uit de doeken op deze veranderende rol van musea. Het programma werd ingeleid door een associatieve woordenstroom van kunstenaar Emile Zile, die op een beamer werd geprojecteerd.

Margriet Schavemaker, hoofd collecties van het Stedelijk Museum Amsterdam, schetst een korte geschiedenis van het museum als producent van bewegend beeld, met als een van de vroegere voorbeelden de videoclip van Shocking Blue’s Venus, opgenomen tussen de kunst van het Stedelijk. Het museum zelf is overigens volop bezig met het zelf produceren van media-inhoud. Zo is er een programma opgezet waarin de mogelijkheden van Augmented Reality worden verkend en ingezet om kunst zonder tussenkomst van het museumgebouw bij de mensen te brengen. Daarnaast heeft het museum kunstenaars en game-ontwikkelaars aan elkaar gekoppeld en zitten er drie artistieke games in de pijplijn. De belangrijkste boodschap van Schavemaker: houd als museum altijd rekening met de mediumspecificiteit van de producten die je maakt en betrek ook de innovatieve visies van anti-museumdenkers bij je werk.

Ook Jane Burton is van mening dat je het als museum niet alleen kunt. Samenwerking met andere partijen is noodzakelijk als je kunst voor een groter publiek toegankelijk wilt maken. De Tate doet dit ondermeer via haar online kanaal Tate Channel, waar onder andere korte en langere films te zien zijn van kunstenaars die in hun atelier aan het werk zijn. Deze films zijn van televisiekwaliteit en Channel 4 bleek dan ook zeer geïnteresseerd in samenwerking met het museum. Het is immers het museum waar de kennis en expertise over kunst en kunstenaars zit. Met Tate Channel hoopt het museum kunst dichter bij de mensen te brengen. De content die het museum produceert – ook in de vorm van een YouTube-kanaal, podcasts en applicaties voor de mobiele telefoon – is dan ook gratis, voor altijd te vinden en voor iedereen beschikbaar.

Ook het Centre Pompidou heeft door de digitalisering van de samenleving een revolutie ondergaan in de afgelopen twee jaar, zo vertelt Anne-Michèle Ulrich. Het belangrijkste doel van Centre Pompidou in deze ontwikkelingen is om opnieuw op zoek te gaan naar betekenis in de enorme oceaan aan beelden die dagelijks op ons afkomt. Het zogeheten web 3.0 kan daarbij behulpzaam zijn. De verschillende soorten media-inhoud die het Centre Pompidou ontwikkelt lijkt nog vooral gericht op de kunst die ook in het fysieke gebouw van het Centre Pompidou te zien is. Zo is via een iPhone App te zien wat er allemaal in het museum gebeurt en zijn er verschillende video’s te zien. Daarnaast ontwikkelt het Centre Pompidou documentaires over kunst, al merkt Ulrich dat het moeilijk is om voet aan de grond te krijgen bij de Franse omroepen.

Directeur van het Rotterdamse museum Boijmans van Beuningen Sjarel Ex vertelt dat al elf generaties lang, sinds 1849, mensen naar zijn museum komen, maar dat het niet vanzelfsprekend is dat het Boijmans ook de twaalfde generatie en die daarna zal bereiken. Om dit toekomstige publiek veilig te stellen heeft het museum een drietal platforms ontwikkeld. In de eerste plaats is er natuurlijk het museum zelf, waar tentoonstellingen zijn, educatieve programma’s worden gepresenteerd en de vaste collectie van het museum te zien is. In de tweede plaats zijn er de online activiteiten zoals het Boijmans-kanaal op YouTube, het door Boijmans ontwikkelde kanaal ArtTube vergelijkbaar met het Amerikaanse ArtBabble waar verschillende musea aan meewerken. Tot slot probeert het museum via de regionale televisie de kunst dichter bij de mensen te brengen via een dertiendelige serie Boijmans TV die een publiek van honderdduizenden mensen heeft weten te vinden. Deze initiatieven komen voort uit de gedachte dat een museum pas begint te leven zodra het buiten de eigen muren treedt.

Nadat de vier sprekers hun verhaal hebben verteld volgt er een korte paneldiscussie waaraan ook Nederlandse omroepen en televisieproducenten deelnemen. De laatste vraag was echter misschien nog wel de meest prangende en kwam van filmmaker Wout Conijn. Filmmakers staan te popelen om niet alleen voor televisie, maar ook voor musea te werken. Hoe kunnen zij aansluiting krijgen bij deze musea? Margriet Schavemaker blijkt in de pauze al door verschillende makers hierover te zijn aangesproken en kan het alleen maar toejuichen als makers en musea elkaar weten te vinden. Het seminar was daarvoor wellicht een eerste aanzet. Net als het project Hollandse Meesters, een initiatief van Michiel van Nieuwkerk en Ineke Hilhorst en ondersteund door Fonds BKVB en het Mediafonds. Verschillende musea, regionale omroepen en filmmakers werken mee aan het project dat moet leiden tot een serie van rond de honderd films van ongeveer een kwartier waarin hedendaagse kunstenaars in hun atelier worden geportretteerd.

Mediafonds, Auke Kranenborg

Het seminar werd georganiseerd door het Mediafonds en Doku.Arts, in samenwerking met het Stedelijk Museum Amsterdam.

Artcasting Margriet

Margriet Schavemaker (Stedelijk Museum)

Lees meer